Ouderavonden

 

Woensdag en donderdag waren er de ouderavonden waar velen van u gebruik van hebben gemaakt. Vorige week op de vergadering van de ouderraad, was een flinke groep ouders te gast die hun kind hadden aangemeld voor de brugklas. Zij hadden gevolg gegeven aan de oproep van de ouderraad om een keer een kijkje te komen nemen. In het voorstelrondje kwam duidelijk naar voren dat veel ouders moeten wennen aan het verschil in betrokkenheid als je kind overstapt van het basisonderwijs naar de middelbare school. Dat ligt niet zozeer aan de ouders of aan de school maar ook aan de tiener die aan de keukentafel weinig loslaat over school en zijn of haar ouders ook liever niet te vaak op school ziet verschijnen. Daarnaast is de betrokkenheid van een groepsleerkracht natuurlijk anders dan van een docent die uw kind 2-3 uur in de week in de klas heeft.

In het kader van mijn masterstudie bij TIAS heb ik in 2015 een onderzoekje gedaan naar ouderbetrokkenheid als opstapje naar mijn eindscriptie. Ik heb toen uitvoerige gesprekken gevoerd met een ouder – tevens voorzitter van de ouderraad - , een leerling, een mentor/docent en een afdelingsleider. Dat waren allereerst heel mooie gesprekken omdat bij alle vier de betrokkenheid bij leerlingen en de school er duimendik bovenop lag. De conclusie van het onderzoekje was dat onze aanpak – in lijn met veel andere scholen – door alle vier werden gezien als een effectieve manier om het gesprek tussen ouders en school op gang te brengen en in stand te houden. Niet het ‘wat’ maar het ‘hoe’ is daarbij van belang. Hieronder de conclusies en aanbevelingen op een rij.
 

Conclusies

Uit dit onderzoek is gebleken dat een school weldegelijk invloed heeft op de ouderbetrokkenheid. Ouders raken meer betrokken als de school zich bewust is van een aantal kritische succesfactoren die de ouderbetrokkenheid kunnen ondersteunen en vergroten. Dat geldt voor het verloop van oudergesprekken, het organiseren van oudergesprekken en - activiteiten en de communicatie en informatie vanuit de school naar ouders toe.

Als docenten, mentoren en andere vertegenwoordigers van de school zelf initiatief nemen om tussentijds contact te leggen met ouders is dat bevorderlijk voor de ouderbetrokkenheid. Datzelfde geldt voor het zoeken van de dialoog, het gesprek voeren vanuit gelijkwaardigheid en het zich kwetsbaar durven opstellen. Van docenten en mentoren mag worden verwacht dat zij bereid zijn zaken toe te lichten en uit te leggen aan zowel de leerling als de ouder en dat zij ook tijd willen besteden aan het spreken over leerlingen die ogenschijnlijk weinig problemen ondervinden op school.

Informatieavonden zijn samen met het tien-minutengesprek een adequate wijze om ouders te informeren en het gesprek aan te gaan. Andere activiteiten voor ouders dragen zeker bij aan het vergroten van ouderbetrokkenheid. Digitale brieven, bulletins en de schoolwebsite vergroten ouderbetrokkenheid mits zaken expliciet en bij herhaling onder de aandacht worden gebracht.

Ouderbetrokkenheid is er bij veel ouders vanzelf. De school kan de ouderbetrokkenheid vergroten door actief en zorgvuldig te zijn in de contacten met ouders en door regelmatig oudergesprekken en -activiteiten te organiseren. Adequate communicatie en informatie voor ouders vanuit de school kan de ouderbetrokkenheid verder versterken. 
 

Aanbevelingen

  • Het is belangrijk dat ouders stelselmatig vanuit de school horen dat zij gezien worden als partners. De school kan ouders niet vaak genoeg laten weten dat hun mening, hun aanwezigheid bij schoolactiviteiten en hun inzet ten aanzien van de opvoeding en het onderwijs van de leerling thuis en op school zeer op prijs worden gesteld en als onmisbaar wordt gezien door de school.
  • Docenten, mentoren en andere vertegenwoordigers van de school dienen zich ervan bewust te zijn dat respect, een houding van gelijkwaardigheid, het zoeken van de dialoog en een kwetsbare houding kritische succesfactoren zijn voor het vergroten van ouderbetrokkenheid. Dit zou regelmatig aandacht moeten krijgen binnen de teams.
  • Docenten, mentoren en andere vertegenwoordigers van de school die vroegtijdig persoonlijk contact zoeken met de leerling en zijn of haar ouders leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan ouderbetrokkenheid en de ‘wij-factor’: de ouder als partner.
  • Het is goed als docenten, mentoren en andere vertegenwoordigers van de school duidelijk zijn over wat ouders wel of niet van de school mogen verwachten en wat de school van ouders verwacht ten aanzien van de opvoeding en het onderwijs van de leerling thuis en op school. Dat vergroot de ouderbetrokkenheid en voorkomt teleurstellingen.